Modernisme                                                                                [Terug]

De moderne stad

De ontwerpen voor de tuinsteden (Garden Cities) van Ebenezer Howard (1850-1928) waren vooral gericht op het platteland. Onafhankelijk van en buiten de oude grote stad moesten nieuwe, moderne, kleine steden ontstaan waarvan de bewoners door akkerbouw en veeteelt in hun eigen levensonderhoud konden voorzien.

In 1904 toont de Franse architect Tony Garnier een model voor een moderne industriestad, waarvan wonen, werken, ontspanning en verkeer strikt van elkaar zijn gescheiden. De architectonische details en stedenbouwkundige ideeŽn werden de grondslag voor het moderne bouwen. Het waren de grootschalige, abstracte projecten van Le Corbusier die deze ideeŽn verder uitwerkten en ook deels realiseerden. (Tietz1999)

Le Corbusier (1887 - 1965) was een belangrijke voorvechter van de Modernistische stroming in de architectuur. Hij behoorde tot de 1e generatie van de zogenaamde ĎInternationale School voor Architectuurí en was van mening dat architectuur als een machine moest functioneren. Gebouwen dienden functioneel te zijn en te worden geproduceerd met behulp van industriŽle massa-productie methoden. Le Corbusier geloofde in de deugd van gecentraliseerde planning. (Hall 2002) Technologie, industriŽle productietechnieken, gebruik van moderne materialen en onversierd, functioneel ontwerp speelden een belangrijke rol in de vormgeving van Modernistische gebouwen.

Ville Contemporaine

Het ultieme voorbeeld van een modern vormgegeven stad is de Ďville contemporaineí van Le Corbusier. Le Corbusier wilde in een zo compact mogelijke stad zoveel mogelijk mensen onderbrengen in woonblokken van zes verdiepingen hoog.

In 1925 projecteerde Le Corbusier zijn ideeŽn op een concrete plaats. Achttien 200 meter hoge wolkenkrabbers zouden een deel van de historische binnenstad van Parijs moeten vervangen. Waar de traditionele stad zich ten opzichte van het platteland afgrensde, op het verdelen van werk en privť gericht was, en pleinen en parken duidelijk van woonhuizen afscheidde, was de moderne stad gericht op een samenhangend, openbaar en groen gebied, wat door een centrale, staatsrechtelijke macht werd bestuurd. (Tietz 1999)

 

 

 

 


Ville Contemporaine, Le Corbusier, 1992


Het mengen van verschillende functies en het voor alle transportmiddelen geschikte wegensysteem werd in de moderne stad vervangen door een strikte scheiding van de verschillende functies en een hiŽrarchisch verkeersconcept.

De vraag naar woningen zou niet mogen worden overgelaten aan particuliere speculanten, maar moest door de staat kunnen worden opgevangen met gestandaardiseerde woningbouw.

Tijdens het CIAM (CongrŤs International díArchitecture Moderne) in Athene werd het ĎHandvest van Atheneí opgesteld, onder andere door Le Corbusier. Dit fungeerde als gebruiksaanwijzing volgens welke in de volgende decennia wereldwijd verschillende steden gebouwd moeten worden.

Vooral na de Tweede Wereldoorlog is er veel gebouwd volgens de nieuwe ideeŽn. Tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw werden er veel massale bouwblokken gerealiseerd. Historische stadscentra werden ten behoeve van het verkeer gesloopt. Snelwegen werden door de binnensteden aangelegd.

Het was echter zelden mogelijk een compleet nieuwe stad te bouwen. Le Corbusier kreeg in 1951 de opdracht om in India de stad Chandigarh te bouwen. In BraziliŽ is een nieuwe stad gebouwd; Brasilia. Dit is echter geen succes geworden. In plaats van een stad ontstond een verzameling van gebouwen. De internationale stedenbouwkundige ideeŽn laten niet alleen de plaats maar ook de tradities van het land buiten beschouwing. (Watkin 2000)

Voorbeelden van moderne architectuur                                             [Terug]

Le Corbusier probeerde met dit complex tegemoet te komen aan de eisen die de afzonderlijke bewoners stelden. In de Unite díHabitation(1947-1953) bevinden zich naast de 370 woningen; een hotel, een daktuin met een zwembad en speelplaats, een kleuterschool en een winkelcentrum. Door al deze voorzieningen wilde Le Corbusier als het ware een stad in een gebouw realiseren. Le Corbusier was een groot voorstander van collectief wonen.
  
Unite d'Habitation, Le Corbusier, 1953

Een ander goed voorbeeld van moderne architectuur, maar dan in Nederland is de Van Nelle Fabriek in Rotterdam. De fabriek werd in 1931 voltooid naar een ontwerp van het architectenduo Brinkman & Van der Vlucht. Ook dit gebouw valt op door de zakelijke vormgeving, welke de functie van het gebouw benadrukt. Er is gebruik gemaakt van de nieuwe constructiemogelijkheden van beton en staal, de constructie is uitgewerkt door Wiebenga. Er is een gebouw ontstaan met een heel open structuur, waardoor de ruimte binnenin optimaal kan worden gebruikt.

Van Nelle Fabriek, Brinkman & Van der Vlucht, 1931

In Groningen

Zowel de naoorlogse wijken van Groningen als de nieuwere wijken De Wijert-Noord en Corpus den Hoorn kunnen worden gerekend tot de moderne architectuur van Groningen. (Duursma 1994) Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd zijn opgebouwd uit stempels, een regelmatige structuur van flats en woningen, die meerdere malen in de wijk is terug te vinden. Op deze manier ontstaat er een duidelijke en strakke structuur in de wijk. De architectuur is ook strak van vorm en ziet er functioneel uit. Door deze manier van bouwen ontstaan er grote hoeveelheden woningen. Maar er ontstaat wel een hoge mate van eentonigheid. (van Heuvel 1992)

Naast de genoemde wijken zijn er ook wel verschillende moderne panden in Groningen te vinden. Bijvoorbeeld de panden aan de noordzijde van de Grote Markt. IN 1960 is hier door de gebroeders Kraayvanger de Vroom & Dreesman gerealiseerd. Hier is na de oorlog voor een snelle en functionele manier van bouwen gekozen die kenmerkend was voor die tijd. Ook het in 1971 gerealiseerde WSN-gebouw op het Zernike terrein is een goed voorbeeld van moderne architectuur. Het gebouw doet kil en strak aan door de vlakke gevel.
   
WSN-gebouw, Groningen

De constructeur van de Van Nelle Fabriek in Rotterdam, J.G.Wiebenga, heeft in Groningen het huidige Wiebenga-complex gebouwd (1922). Dit is een van de eerste voorbeelden van gebouwen in Nederland waar een betonconstructie is gebruikt. Deze school moest in een zeer korte tijd worden gerealiseerd, vandaar dat Wiebenga de lokaalindeling heel flexibel heeft gemaakt. Na de realisatie was het nog steeds mogelijk de indeling van de lokalen makkelijk te veranderen. Wiebenga heeft de tekenlokalen van deze technische school op de bovenste verdieping geplaatst, en de verdiepingen steeds wat breder gemaakt zodat de bovenste lokalen groot en licht genoeg waren voor de grote tekentafels. Dit geeft aan dat er een functioneel gebouw is ontstaan, wat ook tegenwoordig nog als school wordt gebruikt.


Plaatsgebondenheid van de moderne architectuur

De ideeŽn die in het ĎHandvest van Atheneí zijn vastgelegd, door architecten van verschillende nationaliteiten geeft al aan dat de moderne architectuur internationaal geldig is. De gerealiseerde moderne architectuur is dan ook niet plaatsgebonden. Dit is mede het gevolg van het feit dat er na de Tweede Wereldoorlog in veel landen  een groot tekort aan woningen en geld was. Op veel verschillende plaatsen zijn daarom goedkope en efficiŽnte woningen in de vorm van hoogbouw gerealiseerd.

De Nederlandse wederopbouwarchitectuur kenmerkt zich door de stempelindeling. Ook hiervoor geldt dat in alle grote steden van het land dezelfde stempelpatronen terug te vinden zijn. Wat ook aangeeft dat de naoorlogse Nederlandse architectuur niet plaatsgebonden is. Voorbeelden hiervan zijn de wijken Paddepoel, Selwerd en Vinkhuizen in Groningen.


Postmodernisme                                                                   
[Terug]

De postmoderne stad

De poging van de Moderne Beweging om de mens te veranderen door middel van de architectonische revolutie en de vernietiging van het geheugen dreigde diens waardigheid en identiteit geweld aan te doen. Er wordt gepleit voor een hernieuwde Ďaanwezigheid van het verledení in het architectonische ontwerp (Watkin 2000).

De postmoderne stad is een stad waarin wordt gezorgd voor een terugkeer naar traditionele en decoratieve motieven. Het ontwerp heeft een aantal speelse en interessante architectuur stijlen geÔntroduceerd in plaats van de functionele ontwerpen die het Modernisme kenmerken. Een volledig postmoderne stad bestaat niet want daarvoor zou alles moeten worden platgegooid en opnieuw worden opgebouwd.

Een voorbeeld van een postmoderne stad maar dan op een kleine schaal is het Java-eiland in Amsterdam. In dit stadsdeel is een duidelijke teruggreep naar het verleden gedaan. Hier hebben ze de Amsterdamse grachten als historische bron gebruikt en in een nieuw jasje gestoken. Ook zijn hier gewone woonblokken te zien maar deze worden onderbroken door straatjes met grachten en bruggetjes. Ook zijn er de hoge Amsterdamse pakhuizen nagebootst maar met een functie verandering; in plaats van opbergruimte is het nu meestal een woonhuis met een bedrijfje erin. Ook is er met verschillende materialen gebouwd en niet met het baksteen en natuursteen zoals te zien in de Amsterdamse binnenstad. Dit zijn kleine verschillen. Op deze manier is dus het verleden als uitgangspunt gebruikt voor het heden.
Java Eiland Amsterdam, diverse architecten

Een ander voorbeeld van een nieuw ontwikkelde stadswijk waarin terug wordt gegrepen naar de oude stadspanden is Brandevoort in Helmond. Hier wordt een complete nieuwe wijk gebouwd met alleen maar huizen die refereren aan grachtenpanden en andere panden van rond de 18e en 19e eeuw. En een greep heel ver terug in de geschiedenis is de wijk Haverleij in Den Bosch. Hier wordt een woningencomplex gebouwd dat heel sterk lijkt op een kasteel.
Haverleij, Den Bosch

Voorbeelden van postmoderne architectuur

In Nederland heeft het postmodernisme tot nu toe nog geen verpletterende indruk achtergelaten. Er zijn dan ook niet zo heel veel duidelijke voorbeelden te noemen van postmoderne architectuur. Maar architecten zoals Jo Coenen en Sjoerd Soeters zijn beÔnvloed door de ideeŽn van het postmodernisme. Coenen heeft een vrij abstract idee over architectuur, maar voor Soeters heeft het een belangrijke functie. De herkenbaarheid en de elegante symboliek die meestal refereren aan de omgeving. De amusementshal in Zandvoort gebouwd in 1991 is hier een goed voorbeeld van. Dit gebouw is gekroond met grote vlaggen die refereren naar het race circuit van Zandvoort en de vrolijke strand cultuur van de stad. De aandacht (normaal gesproken zeldzaam) voor populaire symbolen is een van de continue effecten van het postmodernisme in Nederland. (Ibelings 1995)
Circus Zandvoort, Sjoerd Soeters

In Groningen                                                                                       [Terug]

Groningen is een stad met veel verschillende vormen van architectuur. Er wordt op dit moment gewerkt aan de compacte stad, dat betekent zoveel mogelijk de faciliteiten in de stad te behouden maar ook het wonen en werken. Nu heeft Groningen ook duidelijke voorbeelden van postmoderne gebouwen.

Het Groninger Museum is een gebouw dat zowel qua architectuur als de ligging veel betekenissen heeft. Het museum ligt in de voormalige zwaaikom van de vestingwerken van de stad. Het is een entree tot de oude binnenstad, een visitekaartje voor de reizigers die met het openbaar vervoer komen en dan langs/door dit gebouw naar de binnenstad gaan. Daarnaast heeft de architectuur verwijzingen naar het verleden en ook naar de functie van de afzonderlijke delen van het gebouw. Zo is het deel voor de aardewerkcollectie heel anders vorm gegeven dan het gedeelte waar de opslag zich bevindt. Aan de buitenkant zijn de functieverschillen van het interieur te zien. Dit zijn kenmerken van het postmodernisme.
Groninger Museum, Mendini e.a.

Maar ook het Waagstraatcomplex dat midden op de grote markt is gebouwd achter het Classicistische Gemeentehuis zou je kunnen bestempelen als postmodernisme. Het gebouw doet denken aan de panden die je in de Herestraat ziet, of aan iets wat in ItaliŽ zou kunnen staan. Met de rondbogen en zuilen verwijst het naar architectuur van het verleden. Een uiterlijk dat doet denken aan het verleden maar met een functie die aan de eisen voldoet van de huidige tijd. Tevens is geprobeerd met de gebouwen in de omgeving, zoals het Goudkantoor, rekening te houden.
Waagstraatcomplex, Natalini

Plaatsgebondenheid van de postmoderne architectuur

Postmoderne architectuur hoeft niet plaatsgebonden te zijn omdat het kan verwijzen naar allerlei stijlen, periodes, kenmerken, symbolen van over de hele wereld zonder dat het een binding moet hebben met de plek waar het gebouwd wordt. Een voorbeeld zijn de Disney parken waarin Michael Graves zicht uitleeft. Met zijn fantasie  gebouwen creŽert die niet eens kunnen verwijzen naar iets omdat ze gebaseerd zijn op sprookjes en mythen. Dit heeft dan ook niks te maken met de omgeving.

Is misschien het voordeel van het postmodernisme dat je kunt bouwen wat je wilt en waar je maar wilt, zonder dat je rekening hoeft te houden met regels en structuren, omdat alles mag en kan zolang het maar betekenis heeft?

                                                                                                            [Terug]